Kosten
Waarom zijn tandimplantaten in Turkije goedkoper?
Het antwoord is grotendeels het laboratorium, en dat is precies de post die op uw Nederlandse begroting buiten het gereguleerde tarief valt.
Dit is de vraag waar iedereen mee begint, en het gangbare antwoord — "lonen zijn daar lager" — is waar en verklaart maar een deel. Het interessantere deel van het antwoord staat op uw eigen begroting.
Wat er niet goedkoper is
Het implantaat zelf. Straumann, Nobel Biocare, MegaGen, Osstem — deze componenten worden op een wereldmarkt verhandeld tegen internationale prijzen. Een Turkse kliniek betaalt er ongeveer hetzelfde voor als een Nederlandse. Er valt daar niets te besparen zonder een ander implantaat te gebruiken, en dat is precies wat er gebeurt bij een aanbieding die te mooi is.
De apparatuur. 3D-scanners, behandelunits, sterilisatie — dezelfde fabrikanten, dezelfde prijzen. Een kliniek die op dit soort dingen bespaart doet dat niet om u een korting te geven.
Het keramiek. E.max is e.max, waar de oven ook staat.
Wat wél goedkoper is
Het laboratoriumwerk. Dit is het echte antwoord, en het is de moeite waard om te begrijpen waarom het zo zwaar weegt.
Op een Nederlandse begroting staan twee soorten bedragen. Het NZa-tarief voor de behandeling is wettelijk begrensd: uw tandarts mag er niet meer voor rekenen dan het maximum. De materiaal- en techniekkosten — de kroon, de opbouw, het werk van het tandtechnisch laboratorium — vallen daarbuiten. Die worden één op één tegen kostprijs doorberekend, en de tandarts mag er geen winst op maken.
Dat is een goede regeling en hij beschermt u. Wat hij ook doet, is duidelijk maken waar het geld zit: bij een kroon of een implantaat is dat ongereguleerde deel vaak groter dan het tarief.
En dat deel is arbeid. Een tandtechnicus die een kroon maakt, doet dat met de hand, in een laboratorium, in uren. Waar dat laboratorium staat, bepaalt wat die uren kosten.
Ballıpınar heeft dat laboratorium in het eigen gebouw. Dat verklaart twee dingen tegelijk: waarom een kroon binnen dezelfde reis afgemaakt kan worden, en waarom de post die op uw Nederlandse begroting de grootste is, hier de kleinste is.
De vaste lasten. Praktijkhuur, personeelskosten, de wisselkoers. Reëel, en ze verklaren een stuk van het verschil. Ze verklaren niet waarom het verschil per element groter wordt naarmate er meer elementen zijn — dat doet het laboratorium.
De rekensom die daaruit volgt
Als het verschil in het laboratoriumwerk zit, dan schaalt het mee met het aantal elementen. De reiskosten doen dat niet: twee retourvluchten en twee verblijven kosten hetzelfde of u nu één kroon laat maken of twaalf.
Daaruit volgt precies wat deze site behandeling voor behandeling laat zien:
- Bij één element valt het tegen de reis uit. Het verschil op één kroon of één implantaat haalt twee vluchten en een verblijf niet in.
- Rond drie tot vier elementen begint het te kantelen, afhankelijk van uw vertrekluchthaven en het seizoen.
- Bij een hele kaak is het verschil aanzienlijk, en de reiskosten vallen er relatief bij weg.
Dat is geen verkoopargument maar arithmetiek, en het werkt in beide richtingen. Het is ook de reden dat de meeste mensen die deze reis werkelijk maken, niet één implantaat komen halen.
Waar een verdacht goedkope aanbieding vandaan komt
Nu de kostenposten helder zijn, is het makkelijker te zien waar iemand op kán besparen. Er is één post die zich daarvoor leent, en dat is het implantaat.
Een naamloos of "kliniekeigen" implantaat — een systeem dat de kliniek niet bij naam noemt of alleen als generiek aanduidt — is aanzienlijk goedkoper dan een merkimplantaat. Het kan technisch prima zitten. Het probleem komt later.
Als er over acht jaar een opbouw losraakt of een kroon vernieuwd moet worden, moet uw Nederlandse tandarts het systeem kunnen thuisbrengen om een passend onderdeel te bestellen. Bij een merkimplantaat kan hij dat: er is een catalogus, er zijn referentienummers, er is een leverancier. Bij een naamloos implantaat kan hij dat vaak niet, en dan is de enige route het implantaat verwijderen en opnieuw beginnen.
Dat is de rekening voor de besparing van vandaag, en hij komt over jaren en bij iemand anders te liggen.
De vraag die u stelt
Niet "hoeveel korting", maar:
Welk implantaatsysteem gebruikt u, welk merk en type, en kan ik het certificaat zien?
Er hoort een naam te komen. Welke naam is minder belangrijk dan dát er een is. Een ontwijkend antwoord — "een gelijkwaardig systeem", "onze eigen lijn", "een Europees merk" — is het antwoord.
En vraag om de begroting uitgesplitst: behandeling en techniekkosten apart, per element. Dat is het formaat waarin een Nederlandse praktijk het sowieso moet leveren boven de € 250, en het is het enige formaat waarin twee aanbiedingen werkelijk te vergelijken zijn.